Schrijven
Schrijven. Mensen die zich er niet professioneel of hobbymatig mee bezig houden, denken vaak dat schrijvers dat wat ze willen zeggen in één keer zo op papier krijgen als hoe het later in bladen en op websites gepubliceerd en door enkelen of duizenden gelezen wordt. Dit is een misverstand.
Hoewel bij schrijven enige aanleg en een goed ontwikkeld taalgevoel je een eind in de goede richting helpen, is schrijven toch ook vooral werken. En schrijven is te leren, enkele tips:
- Denk erover na wát je wilt vertellen;
- aan wíe je dit wilt vertellen;
- dóór wie je dit wilt laten vertellen;
- waaróm je dit wilt vertellen.
Als je deze vragen kunt beantwoorden, ben je al een heel eind.
Veelgestelde vragen (en antwoorden)
Overigens zijn er tegenwoordig ook een aantal handige programma’s in omloop (soms gratis te downloaden) die je kunnen helpen om overzicht aan te brengen in de vaak chaotische hoeveelheid ideeën die je kunt hebben.
Ook een interessant boekwerkje om te lezen is de snelcursus romanschrijven. Deze wordt overigens besloten met de vaststelling dat er niet één schrijfwijze is aan te merken als dé manier om te schrijven. Wat werkt is namelijk voor iedereen verschillend. Het is en blijft dus een kwestie van vallen en opstaan, door schade en schande wijs worden, schaven en schrappen en weer opnieuw beginnen.
Als schrijvers over de gave zouden beschikken dat alles wat zij opschrijven gelijk voor honderd procent bruikbaar is en in de juiste volgorde staat zouden er per schrijver tientallen boeken per jaar worden gepubliceerd.
Schrijven is schrappen luidt het bekende adagium en ik durf dan ook te beweren dat een gemiddelde schrijver van elke vijf pagina’s die hij of zij schrijft er toch zeker vier weer verwijdert. En die ene overgebleven pagina wordt vervolgens ook nog eens meerdere malen zodanig door elkaar geschud dat deze uiteindelijk in geen enkel opzicht meer lijkt op wat hij eerst was.
En het schijnt ook zo te blijven gaan. Zelfs al heb je vier bestsellers op je naam staan en ben je een gevierd columnschrijver, elk stukje dat je schrijft blijft een gevecht. Een leuk gevecht, dat wel, maar toch een gevecht. De opluchting die je voelt als je een afgerond geheel op papier hebt gekregen, met een beetje humor, wat informatie, een verhaallijn die duidelijk aanwezig is zonder opdringerig te zijn, is te vergelijken met het gevoel dat je hebt als je tientallen kilometers hebt hardgelopen. Je bent kapot, op, maar wel voldaan.
Ook voor je met schrijven begint kun je het gevoel hebben: Wat doe ik mezelf aan?! Te vergelijken met de plankenkoorts waar veel acteurs last van hebben. Zolang je nog in de coulissen, in de startblokken staat denk je: had ik maar een ander beroep gekozen, ik kan dit niet, ik weet mijn tekst niet, ik ga op mijn bek, mensen zullen me uitlachen, ze zullen zich afvragen wat ik hier in Godsnaam aan het doen ben. Maar als je eenmaal - als in een roes - die eerste stappen uit de coulissen, die eerste woorden op het papier hebt gezet, als je eenmaal in het volle licht staat en de verbanden tussen je teksten weer kunt zien, dan is er niets mooiers dan dat.
Schrijven heeft ook iets noodzakelijks. Voor mij in ieder geval wel. Elke tekst zie ik als een ultieme en broodnodige kans om mezelf te laten horen, om iets van mezelf te laten zien. Ik kan mijn schrijvende ik en dat wat ik te zeggen heb helemaal naar eigen smaak vormgeven. Ik kan mezelf opnieuw uitvinden, mijn ervaringen zodanig rangschikken dat er logica in ontstaat.
Natuurlijk zijn er beperkingen en regels, die zijn er altijd, maar de ruimte die je hebt vóór je tegen die beperkingen aanbotst is groot, en behoorlijk rekbaar. Vroeger op school bijvoorbeeld kregen wij eens de opdracht een betogend essay van ongeveer vijfhonderd woorden te schrijven. Het moest gaan over lef. Een jongen leverde zijn essay al na twee minuten in. Het enige dat hij had opgeschreven was:
Lef
Wat is lef?
Dit is lef!
Briljant vind ik dat, over effectief schrijven gesproken… En inderdaad, door het negeren van de voorschriften (en dan met name: het negeren van het minimum aantal woorden) werd zijn inhoud wellicht sterker dan die ooit had kunnen zijn als hij zich wel aan de richtlijnen had gehouden. En schrijven kon hij echt wel, dus daar had het niet aan gelegen. Des te meer lef dus, waar zelfs onze leraar Nederlands, toch een behoorlijk conservatief ingesteld persoon, bewondering voor kon opbrengen en hem - met instemming van de meerderheid van de klas - een voldoende gaf.
Vooral bij korte (web)teksten is het zaak snel te enthousiasmeren.
Surfers spenderen slechts enkele seconden aan een site en scannen in die paar seconden of ze de site de moeite waard vinden om langer op rond te blijven neuzen. Schrijven voor het web heeft dan ook zo zijn eigen richtlijnen:
Maar ook hier geldt weer: geef er je eigen draai aan. Ook al betekent het dat je lijnrecht tegen alle adviezen ingaat, als dat goed voor jou voelt, zal het voor je werken.
De beste tip is wellicht: SCHRIJF!
Succes!




