Back to school of hoofdredactrice van de Viva worden?

Posted by admin on Jun 13, 2008 in Verhalen |

Het is een doordeweekse avond en ik zit weer in de schoolbanken. Gelukkig niet voorgoed maar als proef, en wat ben ik blij dat ik die proef op de som heb genomen. Ik vind het hier afschuwelijk en zie mezelf hier niet jarenlang twee avonden in de week doorbrengen.


Voor de klas zit een man die lijkt op André Rieu in een beige broek en met een lentegrasgroen colbert. Colbert kan ik het eigenlijk niet noemen, het is meer een jas. Een soort schildersjas. Nu heb ik niets tegen schilders of schildersjassen, maar het een moet wel bij het ander passen en deze man en een schildersjas in een grasgroen Teletubbiekleurtje gaan niet samen. 

Naast de man zit een iel vrouwtje op leeftijd met lichtblond gekleurd schouderlang haar dat er uitziet alsof de föhn er zojuist in is ontploft. Een soort Mia Farrow. De man met de groene jas heeft overigens zo’n zelfde natuurramp als haar, maar dan donkerbruin met een grijze waas en ook zijn haar ziet er uit alsof het gekleurd is. Maar dat schijnt tegenwoordig te moeten, in het kader van de mannenemancipatie.

De vrouw draagt een strakke jeans en een licht doorzichtige witte blouse. Door die doorzichtige blouse zie je een beetje van het magere doorzichtige lijfje dat er onder zit. Ook de man is mager, ze hebben allebei in verhouding een heel groot hoofd en een lijf dat daarbij wegvalt, zoals kopvoeters. Eigenlijk zitten er dus twee kindertekeningen voor de klas.

Ik bevind mij op de informatieavond van een van de vier scholen voor journalistiek die Nederland arm is, waarvan dit toch wel de armoedigste moet zijn, zo niet dan zie ik mij genoodzaakt om uit te wijken naar de LOI. Het feit dat het streekvervoer in staking was kwam het algehele plaatje dat de reis bij me heeft achter gelaten ook niet bepaald ten goede, maar zelfs als ik dat buiten beschouwing laat is de eerste indruk die men op mij heeft gemaakt ronduit belabberd te noemen.

De school doet me denken aan de aula van mijn basisschool, compleet met daar omheen liggende klaslokalen waarin je je in een aquarium waant. Sommige lokalen zijn versierd met slingers, andere doen aan de rommel te zien dienst als knutselhok. Het gebouw is een doolhof van ellende dat verstopt zit in een van de zijstraten die rond de Universiteit liggen. En hoewel ik ook daar vaak liever niet was dan wel, trekken die collegezalen waar ik vreselijk saaie lezingen over burgerlijk procesrecht heb moeten aanhoren mij nu meer dan ooit.

De man in de groene jas heeft het niet zo op mensen die alleen journalistiek willen studeren omdat ze hoofdredactrice van de Viva willen worden. Hij kijkt alle vrouwen daarbij indringend aan. Dat is niet zo moeilijk, er zitten er maar vier. Toch zijn de vrouwen nog steeds in de meerderheid, het totale aantal geïnteresseerden in de deeltijd opleiding dat is komen opdagen is namelijk vijf. In de tien minuten die wij nu al zitten te luisteren naar veel stof en weinig inhoud heeft hij al drie keer gesproken over de Viva en over het daar hoofdredactrice van willen worden. ‘Als je alleen journalistiek wilt studeren omdat je hoofdredactrice van de Viva wilt worden dan heb je een verkeerd beeld van wat een studie journalistiek precies inhoudt.’ Toch vond ik het goed dat hij deze mening met ons deelde, het was immers een informatieavond en we kwamen soms van ver om te horen wat een studie journalistiek precies inhoudt. Helaas bleef de informatieverstrekking beperkt tot deze mededeling.

Een eerstejaars studente die je met haar boze blik en gestresste rode, zweterige hoofd de indruk gaf dat het een slecht idee is om deze studie te willen gaan volgen vertelde iets over het onderwijsprogramma. In het eerste jaar zouden we Engels en Nederlands en Kennis van de wereld en nog iets krijgen. Wat dat nog iets was wist na afloop niemand van de geïnteresseerden, want niemand had het kunnen verstaan. Ook al had ze dit rijtje van vier onderwerpen minstens vijf keer opgedreund in de twee minuten dat ze aan het woord was. En deze oververhitte dame vertelde zo snel, dat ook niemand er een vraag tussen had kúnnen krijgen. Daarbij wekte de toon waarop ze vertelde niet bepaald de indruk dat er door haar vanavond mededelingen van grote importantie werden gedaan.

Ik stelde me voor dat ik een beroemdheid was en dat deze dame mij interviewde, waarbij ik dan steeds moest vragen wat ze bedoelde, omdat ik haar niet kon verstaan. Ik stelde me voor hoe deze dame haar werkuren telefonisch van de vrijdag naar de zaterdag verplaatste, want dat kon bij haar werkgever, zo had ze verteld. Ik stelde me voor hoe de twee kopvoeters stiekem een verhouding hadden, en dat ze dan deden alsof ze weer in de kleuterklas zaten en vadertje en moedertje speelden.  

Als ze klaar is met haar eentonige verhaal en idereen schaapachtig voor zich uit zit te staren, iedereen behalve die twee kopvoeters die met haviksogen het klaslokaal afturen op zoek naar mensen met vragen, bedenk ik me dat het de voornaamste eigenschap van een journalist is om op zijn minst interesse, zo niet keiharde nieuwsgierigheid ten toon te spreiden en dat te combineren met een kritische blik en onderscheidingsvermogen. Ik stel dus maar een vraag, namelijk de vraag of er zoiets bestaat als een onderwijsprogramma, iets als een boekenlijst, een lijst met tentamendata, een lijst met opdrachten die je moet vervullen om een vak te kunnen afsluiten. Ik zie mede geïnteresseerden instemmend knikken maar de vertegenwoordigers van deze school kijken meewarig. ‘Een studiegids?’ probeer ik nog.

‘Nou ja, je krijgt wel een multiple choice test bij Kennis van de wereld,’ zegt de zweterige eerstejaars studente, ’dat wordt zo wel soort van getentamineerd.’ Soort van? De man in de groene jas kijkt me aan alsof old school tentaminering heel erg nineties is, dat past kennelijk niet in het huidige onderwijs. ‘Je moet geloof ik iets van 23 % van de antwoorden goed hebben,’ besluit de eerstejaars. Dat lijkt mij een eitje, met mijn huidige interesse in kennis en in de wereld moet ik op minstens 70 % uit kunnen komen.

Een mede geïnteresseerde stelt de vraag hoeveel het collegegeld voor het nieuwe jaar bedraagt. Dit leek mij meer een vraag voor het ministerie van OC&W, maar vooruit, zo’n vraag is snel beantwoord. Dacht ik. Het werd een discussie van een minuut of vijf. Het was toen dat ik gestopt ben me nog ergens mee te bemoeien. Ik had in de folder die me deze avond al drie keer was aangereikt, waarvan eenmaal door Mia Farrow, al lang gelezen dat dit voor deeltijd studenten op 1.065,- per jaar is beraamd, plus een eenmalige hogeschoolbijdrage van € 43,-. Maar de man in de groene jas blijft erbij dat het rond de € 1.250,- ligt, zijn vrouwelijke evenknie heeft geen idee en kijkt daarbij om onduidelijke redenen heel boos en onder de geïnteresseerden lopen de meningen uiteen van € 900,- tot zelfs € 4.000,-. Ook zouden er kosten voor lesmateriaal moeten worden gemaakt, dat zou € 200,- kunnen bedragen, maar ook € 1.000,-. Waar dat lesmateriaal dan uit zou bestaan bleef onduidelijk, een typisch eerstejaarsboek heb ik niemand horen noemen.

Er zouden gedurende de studie ook twee stages gelopen moeten worden. Ook hier meldde de kopvoeter met de groene jas dat je - ook al wilde je hoofdredactrice van de Viva worden - misschien bij een organisatie stage zou moeten lopen waar je nooit zou willen werken. Stages waren belangrijk want hier deed je contacten op. De reden dat je zo weinig vacatureadvertenties voor journalisten en redacteurs ziet is volgens de groene jas dat dit onderling wordt bekonkeld. Daarom zijn die stages ook zo belangrijk, zo kom je ertussen. En stages zijn ook nog eens veel beter om te leren hoe de journalistiek precies in elkaar steekt dan school. Met drie maanden stage zou je veel meer leren dan je in al die jaren op school aan kennis kon opdoen.

De vraag van de avond is dan ook wat de meerwaarde is van deze opleiding? Een geïnteresseerde die al in de mediawereld werkt stelt deze vraag. Het antwoord is weinig geruststellend: dat je na afloop van al die jaren aanrommelen een papiertje krijgt waarmee je kunt aantonen de opleiding te hebben gevolgd. Maar als je al contacten had in de mediawereld dan had je dat papiertje eigenlijk niet nodig. Een al te commerciële instelling kun je de kopvoeters in elk geval niet verwijten.

Ik weet kortom nog steeds niet wat ik in de studie journalistiek leer en aan competenties opdoe. Ik denk dat ik met zelfstudie, schrijven, schrijven, schrijven en een hoop netwerken meer kan bereiken. Misschien dat ze het op een andere school beter kunnen uitleggen, maar op deze waren ze teveel gepreoccupeerd met de hoofdredactrice van de Viva. Misschien is deze dame wel op zoek naar een opvolgster en is dit een hint? Toch maar eens een open sollicitatie sturen of ik niet ergens als redactieassistent voor een hongerloontje kan starten.

Tags: , , , , , ,

Bookmark and Share

1 Comment

marco
Jun 14, 2008 at 09:11

Wat een verhaal, dat wordt dus netwerken!


 

Reply

Copyright © 2010 Annojo All rights reserved by Annojo.nl.