Wonen in een wachtkamer
Onderstaande tekst is niet van mij maar van een goede vriendin, Marieke Smit, wiens waargebeurde verhaal ik zo mooi door haar verteld vind dat het ook wat mij betreft in de krant mag en nu alvast op Annojo
Wonen in een wachtkamer
De kamer waar ik maandenlang woonde was niet voor mij bedoeld. En de vraag of ik er eigenlijk wel hoorde te wonen zou ontelbare malen gesteld worden: door goede vrienden, bemoeizuchtige kennissen en betrokken ouders. Het is best aannemelijk dat de vraag of het allemaal wel goed zou gaan door anderen negatief beantwoord is. Speculaties genoeg. Maar gelukkig hebben we ons daar niets van aan getrokken.
Een jaar geleden had ik geen huis meer, een situatie waarvan je je soms maar moeilijk een beeld kunt vormen. Geen eigen keuken, geen eigen wc, en geen eigen douche. Ook geen eigen boodschappen, geen eigen wasmachine en geen eigen telefoonrekening.
Mijn broer had een kamer over. En een gezin. Een jaar lang deden ze aan opvang. Mijn leven in een wachtkamer werd een feit. Ik nam er stukje bij beetje mijn intrek. Eerst nam ik wat extra kleding mee, het werd ten slotte winter. Daarna volgden de boeken. De hele serie van Stieg Larsson propte ik in het bedkastje. Ik plakte met plakgum wat herinneringen van de zomer aan de muur en zette een nieuw aangeschaft vaasje van Ikea met nepbloemen op het toilettafeltje. De strak gestylde kussens op het bed voorzag ik van een nieuw hoesje, -wit in plaats van zwart- en ik begon me thuis te voelen.
Dat thuis voelen werd een probleem. Althans voor de buitenwereld; het duurde hen te lang. Ze maakten zich zorgen. Dit hoorde niet. Je hoort voor jezelf te zorgen. En als je dat even niet kan? Ja, nouja, ach…. ik heb ervaren dat de meeste mensen daar geen antwoord op hebben. Het fijne is dat ze dit soort dingen in hun eigen huis bespreken zodat je er maar een stukje van mee krijgt. Want we gingen heus in de verdediging. “Het gaat echt goed, geloof me nou!” En mijn broer herhaalde nog maar eens dat ie het eigenlijk best gezellig vond.
Toch was het wel bijzonder, ze gaven me een inkijkje in hun leven zoals maar weinigen dat zien: ik maakte deel uit van hun gezin. De kinderen vonden het vanzelfsprekend dat hun tante op zolder woonde, en voor hen zorgde als papa en mama aan het werk waren. Dan dronken we samen kopjes thee en aten er negerzoenen bij, we gingen sleetje rijden en kwamen halfbevroren thuis, en soms (heel soms hoor) keken we een dvdtje.
Ik mis ze want ondertussen sta ik weer in mijn eigen keuken mijn eigen boodschappen uit te laden en is er geen klein meisje meer dat naast me aan de keukentafel zit te kleuren. Geen klein jongetje die op het grote kleed een spoorlijn bouwt voor Thomas de trein. Mijn wachtkamer is weer hun zolderkamer geworden. Onze levens gaan weer wat verder uit elkaar lopen, maar mijn herinneringen zijn gevuld met hun gezinsleven, een gezin waar ik zomaar deel vanuit mocht maken.
En dat er nog mensen zijn die dat voor een ander over hebben, mag wat mij betreft wel in de krant!





