Posted by admin on Mei 21, 2010 in
Publicaties
Dubbel genieten kan deze maand weer bij Strandpaviljoen De Fuut aan het Zuiderstrand in Scheveningen, waar voor het derde opeenvolgende jaar ‘Solo’s @ the sea’ wordt georganiseerd.
De combinatie van heerlijk eten en prachtige dansvoorstellingen door zowel jonge als meer ervaren kunstenaars, maakt Solo’s @ the sea tot een waar feest voor de zintuigen.
Het Haagse gezelschap De Dutch Don’t Dance Division (DeDDDD), opgericht door artistiek leiders Rinus Sprong en Thom Stuart, organiseerde dit minifestival aan zee voor het eerst in 2008. Men wilde dansers, acteurs en performers een kans geven om meer van zichzelf te laten zien. Het was meteen een groot succes, zowel bij deelnemers als publiek en een vervolg kon dan ook niet uitblijven.
Een solo of monoloog is voor een artiest het moment van de waarheid, hij of zij staat er dan helemaal alleen voor en succes of falen komt geheel voor eigen rekening. Dat maakt een solo zo spannend en intiem. Aan zee zijn middelen en ruimte bovendien beperkt, zodat de deelnemers echt alles uit zichzelf moeten halen. Zand, zee en lucht, meer is er niet, maar meer dan deze basiselementen hebben de dansers en acteurs ook niet nodig om boeiende performances neer te zetten. Gemiddeld zijn er per avond zeven dansen te zien, steeds in een andere samenstelling. Elke dans duurt maximaal 10 minuten en tussendoor serveert strandtent De Fuut een driegangendiner.
Verrassend
De ontspannen sfeer in het strandpaviljoen en de open, natuurlijke setting maken Solo’s @ the sea tot een zeer publieksvriendelijk festival. DeDDDD staat bekend om het creëren van toegankelijke, multidisciplinaire voorstellingen. Ze denken bij het maken in de eerste plaats aan de toeschouwer en onderscheiden zich daarmee van veel andere makers. De keuze voor een festival aan het strand is in die zin ook een natuurlijke, want door de onverwachte locatie wordt kunst ook weer dichter bij het publiek gebracht. Af en toe rent er een hond door het ‘decor’ of struint een verbaasde wandelaar voorbij. Dat is verrassend en geeft het festival iets heel authentieks. De sfeer is los, de optredens zijn puur en het eten is goed.
De dansen worden verzorgd door: Andreas Leertouwer, Florence Rapati, Michele Mastroianni, Miguel do Vale, Thom Stuart, Stefano Giuliani, Sjoerd Spruijt, Nicole Jordan, Annemiek van Bussel, Samantha Newman, Hannah de Leeuwe, Rinus Sprong, Erin Dunn en Corneliu Ganea.
Als voorgerecht serveert De Fuut een salade met Hollandse asperges Het toetje zal bestaan uit Turkse yoghurt met verse aardbeien en honing. Bij het hoofdgerecht, vlees of vis, daar was Leo van het strandpaviljoen nog niet uit, aardappeltjes uit de oven en groente.
Speeldata: do. 20, vr. 21, di. 25, wo. 26 en do. 27 mei.
Locatie: Strandpaviljoen De Fuut, Zuiderstrand, strandslag 10, Markenseplein (eindpunt tramlijn 12). Inloop vanaf 18.30 uur, aanvang diner 19.00 uur, toegang € 37,50. De voorstelling en het driegangenmenu horen bij elkaar en zijn niet apart te boeken.
Reserveren: info@defuut.nl of 070-3 54 90 74
Kijk voor meer informatie op: www.ddddd.nu of www.defuut.nl
Tags: dansen aan zee, de fuut, dedddd, rinus sprong, scheveningen, solo’s, solo’s atthe sea, strandpaviljoen, thom stuart, zuiderstrand
Gepubliceerd in Den Haag Centraal op 21 mei 2010
Tags: cultuur, dansen aan zee, de fuut, dedddd, den haag centraal, festival, kunst, rinus sprong, scheveningen, solo's, solo's atthe sea, strandpaviljoen, thom stuart, zuiderstrand
Posted by admin on Mrt 29, 2010 in
Publicaties
De nieuwe voorstelling ‘Wowwowwonders in me’ van choreograaf Anouk van Dijk en haar gezelschap, toont een onvoorspelbare wereld die verdacht veel op de onze lijkt. Inspiratiebron voor deze voorstelling is het werk ‘No wonders in me’ van de schilder Nik Christensen. Zijn werk is vol dreiging: duistere sprookjes met grauwe figuren, die door een al even grauwe omgeving dolen. Hierin herkende Anouk van Dijk haar eigen fascinaties. Ze gebruikte de werken van Christensen als universele taal om haar bedoelingen aan de dansers over te brengen.
Op het toneel draaien de vier dansers rond, vallen op de grond en staan weer op. Alles gebeurt los van de ander. Soms bewegen ze heen en weer als gefrustreerde dieren in een dierentuin, in hun eigen kleine ruimte. Even later mengen ze zich, al dan niet op gewelddadige wijze, in het leven van de ander. De spanning tussen het individuele en het sociale leidt tot een voortdurend omslaan van de stemming. Het is een dynamisch krachtenveld. De sfeer is surrealistisch en de link met het dagelijks leven snel gelegd. Door het gebruik van bouwlampen verdelen de dansers zich in machthebbers en ondergeschikten. Degene met een lamp heeft controle over de anderen. Hij of zij beschikt op dat moment over het leven van de ander. Bij het wisselen van de lamp wisselen de rollen, verwisselt de illusie van controle van bezitter.
De dansers van Anouk van Dijk beheersen hun lichaam uitstekend. Het bewegingssysteem, ‘de Countertechniek’, draagt hier ongetwijfeld aan bij. Anouk van Dijk ontwikkelde deze methode in dialoog met haar dansers en heeft hier internationaal veel erkenning mee gekregen. Dansers leren met deze methode vloeiender, groter en meer ruimtelijk te bewegen en leren tegelijk hoe ze te allen tijde de volledige controle over hun eigen lichaam kunnen behouden. Wellicht wordt hierdoor de onmacht van de mens in het licht van de echt grote zaken zo goed voelbaar. Want hoe fysiek capabel de individuele dansers ook zijn, het blijven kwetsbare figuren die onderworpen zijn aan de grillen van de natuur, of zelfs aan een hogere macht. Verschuiving van macht en controle in een groter krachtenveld waarop niemand invloed heeft, dat roept een gevoel van beklemming op.
Toch gaat de melancholie die van dit gegeven uitgaat ook gepaard met een zekere hoop. De dansers blijven volharden, weigeren onmachtig te zijn. Na een nederlaag likken ze hun wonden en staan weer op. Het is soms wonderlijk waar mensen nog vechtlust en zin om te (over)leven vandaan weten te halen. Zolang er hoop is, is een goede afloop altijd mogelijk. Zo zou je het kunnen zien. De voorstelling spreekt een universele taal, houdt je als kijker een spiegel voor en laat ruimte voor diverse interpretaties. Wat wordt weerspiegeld is aan de toeschouwer. Idealen en illusies zullen ieders waarneming weer anders doen zijn. Zoals dat ook voor de werkelijkheid geldt.
Gepubliceerd in: Den Haag Centraal op vrijdag 26 maart 2010
Tags: anouk van dijk, cultuur, dans, den haag centraal, kunst, nik christensen, recensie, universele taal, voorstelling, wowwowwonders in me