De oudjes van tegenwoordig
Als ik denk aan oud worden, dan denk ik onwillekeurig ook aan rimpels, incontinentieslips en geweeklaag over hoe goed alles vroeger was. Ik associeer oude mensen automatisch met uitgeblust, rimpelig en lek zijn. Om nog maar te zwijgen van lui, ongeïnteresseerd en conservatief.
Het gemiddelde oudje van tegenwoordig is echter allesbehalve lui en ongeïnteresseerd. Het gemiddelde oudje van tegenwoordig gaat regelmatig op vakantie, uit eten, naar het theater en volgt zelfs een studie. Dat alles naast een baan die vaak nog tot ruim na de pensioengerechtigde leeftijd wordt voortgezet. De oudjes van tegenwoordig laten zich niet meer afschepen met een AOW’tje en een paar potten geraniums, ze willen alles uit het leven slepen wat er nog uit te slepen valt.
Neem bijvoorbeeld mijn moeder, die wordt binnenkort zeventig, maar werkt nog dagelijks als docent in het onderwijs. Ze heeft bakken vol energie, zoveel zelfs dat ik er soms moe van word. Mijn moeder kan bergen verzetten, letterlijk, daar twijfel ik geen moment aan. De wilskracht en het enthousiasme stralen van haar af, daar valt de ambitie van de gemiddelde twintiger bij in het niets. Als ze niet aan het werk is dan verbouwt ze de badkamer of legt een nieuwe houten vloer in de woonkamer, net zo makkelijk. Als ik haar bel, is ze altijd ergens mee bezig, met de tuin, met schilderen, noem maar op. ‘Je was toch niet van plan om dit weekend langs te komen hè?’ Ik lieg dat ik dat weekend niet van plan was om langs te komen. ‘Dat komt goed uit, ik ben zo druk bezig.’
Een ander voorbeeld is een oud docent en tevens vriend van me, die nog tot ver na zijn pensioengerechtigde leeftijd heeft gewerkt maar op den duur, door achterhaalde regelgeving, moest stoppen. Sinds zijn pensionering heeft hij zich gestort op maandenlange rondreizen door China, waarbij hij hele bussen toeristen en delegaties hotemetoten door het land heen leidt. Als hij in Nederland is, rust hij niet uit van zijn vele reizen, maar begint al om half acht ’s ochtends aan zijn Master studie Talen en culturen van China. De Bachelor heeft hij al keurig in drie jaar afgerond, ik ken weinig jonge studenten die dat ook gelukt is. ‘Als mijn tentamens zijn afgerond gaan we weer eens een hapje eten, ik bel je over een paar maanden, goed?’
Vroeger kon je bijvoorbeeld ook altijd de kinderen bij opa en oma brengen, als je zo snel geen oppas kon regelen. Dat vonden opa en oma geen probleem, vonden ze leuk, hadden ze tenminste nog eens wat aanspraak. Tegenwoordig moet je ruim van tevoren naar ze mailen om de agenda’s uitvoerig naast elkaar te leggen en een afspraak in te plannen die vaak maanden verder ligt. Op de kinderen passen is voor de oudjes sowieso niet meer vanzelfsprekend, hooguit tijdens een gezamenlijke vakantie, als ze een dagje rustig aan willen doen. Echt van harte gaat het echter niet, ze hebben immers al twintig jaar voor kinderen gezorgd en zien geen reden om nu de volgende generatie ook nog te moeten pamperen.
Met die oudjes van tegenwoordig wordt het er voor jongeren niet bepaald gemakkelijker op. De oudjes hebben het zo druk met hun eigen levens dat ze simpelweg geen tijd overhouden om de levens van jongeren eenvoudiger te maken. Anderzijds hoeven we ons als jongere minder schuldig te voelen als we onze ouders niet zo vaak zien, ze hebben immers zelden tijd.





